home - over varens - alles over varens
Varens en de wet     
Varens en de wet, Peter Hovenkamp

Stelt u zich eens voor: op een mooie zomerdag tijdens een wandeling heeft u op een greppelwand in een bosgebied bij Appelscha een varen gevonden waarvan u vermoedt dat het misschien de Gebogen driehoeksvaren is (Gymnocarpium dryopteris). Omdat u het niet zeker weet, en wil onderzoeken of het niet toch de Rechte driehoeksvaren is (Gymnocarpium robertianum) plukt u een blaadje om dat bij beter licht op aanwezigheid van klierhaartjes te kunnen onderzoeken. Op dat moment wordt u op de schouder getikt: het blijkt een koddebeier te zijn, die op barse toon vraagt: ’En wát zijn we hier aan het doen?’. U stamelt, enigszins verbaasd: ’Meneer, varens zijn mijn hobby, en ik onderzoek of dit een Rechte of een Gebogen driehoeksvaren is’ waarop de koddebeier zijn opschrijfboekje trekt: ’Dit is een Rechte driehoeksvaren. U bent er gloeiend bij. Hoe is uw naam?’

Vergezocht? Misschien. Maar niet helemaal. Hoe zit het precies met varens in de Nederlandse wet?

In Nederland is de bescherming van planten en dieren vastgelegd in de Flora- en Faunawet. Artikel 2 lid 2 van die wet bepaalt dat:
Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

Maar dat kan niet de aanleiding zijn geweest voor de conversatie hierboven - overtreding van art. 2 is namelijk niet strafbaar gesteld, en kan dus niet de enige reden voor een boete of vervolging zijn. Echter, bij Ministeriele beschikking (Algemene Maatregel van Bestuur) is een aantal plant- en diersoorten met name beschermd - en daar horen ook enkele varensoorten bij, waaronder de Rechte driehoeksvaren. En ten aanzien van die beschermde soorten zijn er wel strafbaarstellingen in de wet opgenomen.

Voor de beschermde planten zijn dan vooral de artikelen 8 en 13a van belang:
Art. 8: Het is verboden planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen.
Art. 13a: Het is verboden planten of producten van planten (...) behorende tot een beschermde inheemse of beschermde uitheemse (...) te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, ten vervoer aan te bieden, af te leveren, te gebruiken voor commercieel gewin, te huren of te verhuren, te ruilen of in ruil aan te bieden, uit te wisselen of tentoon te stellen voor handelsdoeleinden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben.


De beschermde varens waar het hier om gaat zijn met name genoemd op twee lijsten (er is een derde lijst, maar daarop staan geen varens):

Lijst 1 noemt slechts één varen:
• Koningsvaren (Osmunda regalis)

Lijst 2 noemt meerdere varens:
• Blaasvaren (Cystopteris fragilis)
• Groensteel (Asplenium viride)
• Rechte driehoeksvaren (Gymnocarpium robertianum)
• Schubvaren (Ceterach officinarum)
• Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes)
• Tongvaren (Asplenium scolopendrium)
• Zwartsteel (Asplenium adiantum-nigrum)

En dan is een er nog een derde lijst met de echt streng beschermde soorten, maar daar horen geen varens bij.

Oei...
Betekent dat, dat de varenliefhebber, die met zijn kratje planten naar de jaarlijkse ruilmarkt van de vereniging rijdt daardoor in overtreding is als in dat kratje een paar plantjes Tongvaren zitten? Dat loopt gelukkig zo’n vaart nog niet. Er geldt namelijk een vrijstelling voor gekweekte planten (verleend, alweer, bij Algemene Maatregel van Bestuur):
De verboden, bedoeld in de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet, gelden niet ten aanzien van planten of producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse of uitheemse plantensoort, voor zover de houder kan aantonen dat de planten zijn gekweekt of, indien het producten betreft, dat de betrokken producten van gekweekte planten afkomstig zijn.

De bescherming geldt dus alleen voor in het wild groeiende planten. Dat is de eerste beperking.

Er is een tweede beperking, die voor ons van minder groot belang is, maar die ik voor de volledigheid niet ongenoemd kan laten. Deze tweede beperking houdt in dat de Minister, op verzoek, een vrijstelling kan verlenen die het mogelijk maakt om op een vindplaats van een beschermde soort handelingen te verrichten die zonder die vrijstelling strafbaar zouden zijn.

Daarbij zijn er dan nog verschillende soorten vrijstellingen.

Om te beginnen is er een aantal automatische vrijstellingen. Voor de soorten uit lijst 1 geldt dat een vrijstelling voor art. 8 automatisch geldt voor:
’Activiteiten die zijn te kwalificeren als bestendig beheer of onderhoud of bestendig gebruik of ruimtelijke ontwikkelingen’.

In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld dat niemand bang hoeft te zijn strafbaar te zijn vanwege het jaarlijks maaien van een rietland met Koningsvarens.

Voor de soorten uit lijst 2 is dit een automatische vrijstelling¸ die geldt voor al zulke activiteiten, mits zij worden uitgevoerd:
’Op basis van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode’.

Zo’n gedragscode kan door een bepaalde sector (bijvoorbeeld, de bosbeheerders, de waterschappen) worden opgesteld, en moet dan ter goedkeuring aan de minister worden voorgelegd.

Als er voor bepaalde werkzaamheden niet zo’n gedragscode bestaat, en er toch iets moet gebeuren, dan moet
de vrijstelling worden aangevraagd. Dat kan dus zijn voor het aanleggen van een visvijver, een industrieterrein, een woningbouwlocatie, of een vorm van natuurbeheer die niet regelmatig uitgevoerd word (denk aan het uitgraven van een paddenpoel, of het verwijderen van een vervuilde strooisellaag).

Voor de soorten op de eerste twee lijsten zal de Minister zo’n vrijstelling verlenen als er geen ’afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’.

Voor de soorten op de derde lijst gelden veel meer beperkingen. Hoewel er geen varens op deze lijst staan kan het geen kwaad om te weten met wat voor zorg diverse andere zeldzame plant- en diersoorten in Nederland zijn omgeven.

De extra beperkingen gelden vooral voor activiteiten die onder ’ruimtelijke ordening’ vallen.

Om te beginnen moeten er altijd goede redenen voor zijn voor zo’n activiteit. Als die er niet zijn, wordt er geen vrijstelling verleend. In de wet is heel nauwkeurig aangegeven welke redenen goed genoeg zijn om een vrijstelling te verlenen. Om te beginnen kan dat zijn:
Tot uitvoering van internationale verplichtingen of bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties.

Bovendien kan een vrijstelling ook worden verleend:
Ten behoeve van onderzoek en onderwijs, repopulatie en herintroductie, alsmede voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; teneinde het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal van bij die maatregel aan te wijzen soorten te vangen, te plukken of in bezit te hebben of, met het oog op andere, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, belangen.

En die andere belangen zijn inderdaad aangewezen:
a. De bepalingen inzake de gemeenschappelijke markt en een vrij verkeer van goederen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
b. de bescherming van flora en fauna,
c. de veiligheid van het luchtverkeer,
d. de volksgezondheid of openbare veiligheid,
e. dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten,
f. het voorkomen van ernstige schade aan vormen van eigendom, anders dan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren,
g. belangrijke overlast veroorzaakt door dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort,
h. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer en onderhoud in de landbouw en bosbouw,
i. bestendig gebruik,
j. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling.

Speciaal voor planten geldt daarbij dan nog dat als om één van de redenen g - j ontheffing wordt aangevraagd om planten op hun groeiplaats te beschadigen of te verwijderen (art. 8) er nog twee extra beperking gelden:
a. Er mag geen benutting of economisch gewin plaats vinden (ten aanzien van de soorten waarvoor ontheffing wordt aangevraagd).
b. Er moet zorgvuldig worden gehandeld, hetgeen in elk geval inhoudt dat van de werkzaamheden geen wezenlijke invloed uitgaat op de bedoelde soorten.

In alle gevallen geldt bovendien dat er geen alternatief aanwezig moet zijn, en dat de ’gunstige staat van instandhouding van de soort’ niet in gevaar mag komen.
Dit laatste komt er op neer dat een soort niet zeldzamer mag worden dan ze al is, en zeker niet met uitsterven mag gaan worden bedreigd. Is aan één van deze voorwaarden niet voldaan, dan wordt er geen ontheffing afgegeven, en kan de activiteit niet doorgaan. Als voorbeeld kunt u hierbij denken aan de commotie over het voorkomen van het Zeggekorfslakje, of de Korenwolf. Dit zijn diersoorten die door de Europese Unie als beschermd zijn aangemerkt, zodat Nederland verplicht is om ze volgens Europese maatstaven te beschermen.

U ziet, aan alles is gedacht. Maar het is misschien wel zo rustig voor ons dat er geen varens zijn die een zo hoge graad van bescherming genieten...

Desondanks blijven voor de in de twee andere lijsten genoemde varens de minder strikte wettelijke beperkingen onverminderd gelden:
• Het verbod om het wild voorkomende planten of delen ervan te plukken.
• En het verbod om de groeiplaatsen zo sterk te verstoren dat de soort daar schade van ondervindt, behalve als het gaat om ’normaal’ of goedgekeurd onderhoud.

Onder deze verboden kan je alleen uitkomen met een vooraf verleende ontheffing, waarbij je niet alleen goede redenen moet aanvoeren voor de geplande verstoring, maar ook aannemelijk moeten maken dat de soort als geheel in Nederland niet ernstig achteruit zal gaan.

Wees dus toch maar voorzichtig met het plukken van sommige varens: die koddebeier van het begin staat geheel in zijn recht!

Artikel uit VarenVaria nr.2 - 2005