home - over varens - varens wereldwijd
Wolfsklauwen als geneesmiddel     
Wim de Winter

’Gelijkend op dit kruid sabina is een dat selago wordt genoemd. Het wordt verzameld zonder ijzeren werktuig, met de rechterhand bedekt door de tuniek, door de linker steels opgegraven, gekleed in een zuiver wit gewaad en op schone blote voeten. Voordat het verzameld wordt wordt een offer gebracht van brood en wijn; het wordt meegenomen in een nieuwe doek. Volgens de Gallische druïden wordt het gebruikt tegen elk onheil en baat de rook tegen alle oogkwalen’ - Plinius, Naturalis Historia, Liber XXIV par. LXII.

Dit kruid Selago is de naamgever van de Dennenwolfsklauw (Huperzia selago L.). Echter op welke plant dit citaat precies betrekking heeft is niet geheel duidelijk. Sommigen (bijvoorbeeld Villar, 1986) houden het wel op de Dennenwolfsklauw, hoewel meestal wordt aangenomen (bijvoorbeeld Dorstal & amp; Reichstein, 1984) dat het gaat om de Zavelboom (Juniperus sabina L.), een jeneverbesachtige, maar argumenten hiervoor heb ik nog niet gevonden. Deze laatste interpretatie is wat vreemd omdat Plinius het in de voorafgaande paragraaf heeft over Herba Sabina, in het Grieks ’Brathy’ genaamd, dat in twee soorten voorkomt, de ene met bladeren die op de tamarisk gelijken, de andere op de cypres. Als je dan weet dat van de Zavelboom twee variëteiten onderscheiden worden, namelijk var. ’Tamariscifolia’ Ait. en var. ’Cupressifolia’ Ait. dan wordt het toch merkwaardig dat één alinea later selago dezelfde plant zou zijn, temeer daar je de gemiddelde Jeneverbes niet zomaar even steels met je linkerhand uit de grond wipt.

Of de Dennenwolfsklauw nu wel of niet de oud-keltische selago is, vast staat wel dat hij vanaf de late middeleeuwen in de Noordwest-Europese geneeskunde als medicijn is toegepast. Als zodanig was hij bij apothekers bekend als Muscus catharticus, Herba selaginis, Herba musci erecti. Ook de oude Belgische naam Mousse purgative herinnert eraan dat het een drastisch purgatieve werking heeft. Toepassing is echter niet ongevaarlijk vanwege de giftige alkaloïden die het bevat. Dodonaeus in zijn befaamde Cruydboeck was hier kennelijk beducht voor. Hij schrijft over de (Grote) wolfsklauw dat het ’in sommige winkels wordt verkocht als Spica celtica en de leek houdt het daar ook voor, tot grote schade en pijn van de zieke mens’. Op zich is dit een vreemd standpunt over de Grote wolfsklauw die op grote schaal als geneeskruid werd en nog steeds wordt gebruikt. Echter, een recent artikel in het Journal of Toxicology and Clinical Toxicology biedt hiervoor wellicht een verklaring:

Wolfsklauwen als kruiderij hebben de reputatie onschadelijk te zijn en worden nu en dan gebruikt ter bereiding van een heilzame thee. In Europa kan de algemene Lycopodium clavatum gemakkelijk verwisseld worden met Lycopodium selago, de Dennenwolfsklauw. Twee patiënten dronken een thee die per ongeluk bereid was met het gedroogde kruid van Lycopodium selago, wat resulteerde in zweten, overgeven, diarree, duizeligheid, krampen en spraakproblemen. Deze symptomen suggereren een cholinergisch mechanisme.

Om deze werking te doorgronden onderzochten we een aftreksel van Lycopodium selago met behulp van menselijke rode bloedcellen als enzymbron in een aangepast Ellman assay, waarmee we een significante anticholinesterase activiteit konden aantonen. De belangrijkste actieve component kwam in chromatografie uit met huperzine A, maar was 2 tot 3 keer sterker dan de standaard en in elk geval sterk genoeg om de waargenomen vergiftigingsverschijnselen te verklaren. (Felgenhauer & al, 2000).

 
Farmacologisch zijn de alkaloïden de meest actieve bestanddelen en hedendaags onderzoek richt zich dan ook voor een belangrijk deel op de inventarisatie van deze stoffen in planten. Begrijpelijk gaat de eerste aandacht uit naar planten die vanouds als medicinaal te boek staan. De alkaloïden van de Dennenwolfsklauw hebben volgens Van Os (1968) een sterk braakverwekkende en miotische werking. Ze worden in Polen wel gebruikt in plaats van pilocarpine als mioticum bij de behandeling van glaucoom. Alkaloïden gevonden in de Dennenwolfsklauw zijn selagine (= huperzine A) en 6-beta-hydroxyhuperzine A. (Ayer & amp; al, 1989). In de Sovjet-Unie is getracht met kleine doses van dit kruid de (psychische) verslaving aan alcohol te doorbreken in de zogenaamde aversietherapie (Cherednik & Pliuiko, 1985). Deze therapievorm staat thans als onwerkzaam bekend. In de Bohème tenslotte werd het als wormafdrijvend middel in de veeartsenij gebruikt. Merkwaardig is de vermelding van dezelfde toepassing maar dan van de sporen uit Mexico (May, 1978): enerzijds zijn de sporen chemisch zo goed als inert, anderzijds ligt Mexico ver buiten het areaal van deze soort in Amerika, namelijk Canada en het uiterste noorden van de V.S.
 

Lycopodium selago
 
Literatuur
• Ayer, W.A. - L.M. Browne - H. Orszanska - Z. Valenta - J.S. Liu ~ 1989. Alkaloids of Lycopodium selago: On the identity of selagine with huperzine A and the structure of a related alkaloid. Canadian Journal of Chemistry 67 (10): 1538 - 1540.
• Cherednik, N.N. & amp - K.S. Pliuiko ~ 1985. [Ervaringen met de geconditioneerde reflexbehandeling van alcoholisme met kleine doses Lycopodium selago]. Vrach-Delo 1985 Dec (12): 71 - 72 [in Russisch].
• Dorstal, J. & amp - T. Reichstein ~ 1984. Pteridophyta. In: Hegi, Illustrierte flora von Mitteleuropa, Band 1 Teil 1; 3. vollig neu bearbeitete Auflage; Parey: Berlin, Hamburg; pp. 23 - 28.
• Felgenhauer, N. - T. Zilker - F. Worek - P. Eyer ~ 2000. Intoxication with huperzine A, a potent anticholinesterase found in the fir club moss. Journal of Toxicology and Clinical Toxicology 38 (7): 803 - 808.
• May, L.W. ~ 1978. The Economic Uses and Associated Folklore of Ferns and Fern Allies. The Botanical Review, 44:491 - 528.
• Villar ~ 1986. Huperzia. In: S. Castroviejo - M. Laínz - G. López-González - et al ~ 1986. Flora Iberica Vol. I: Lycopodiaceae-Papaveraceae. Real Jardín Botánico, Madrid; pp. 3 - 5.
• Voirin, B. - M. Jay - M. Hauteville ~ 1976. Selagin, a new flavone isolated from Huperzia selago [Pteridophyta]. Phytochemistry 15 (5): 840 - 841.

 
Technische termen
• Purgatief: laxerend. Ook wel eufemistisch catharticum (reinigingsmiddel) genoemd.
• Alkaloïde: een grote groep van organische verbindingen afkomstig uit plantaardige bronnen, veelal biologisch actief met een duidelijke uitwerking op mensen en dieren.
• Cholinergisch: gestimuleerd, geactiveerd of overgedragen door de neurotransmitter acetylcholine; van toepassing op het sympathische en parasympathische zenuwstelsel.
• Anticholinesterase: tegenwerking van het enzym dat (acetyl)choline na gebruik weer afbreekt.
• Mioticum: middel dat contractie van de pupil veroorzaakt.
• Glaucoom: oogziektes gekenmerkt door voorhoogde druk in het oog, wat uiteindelijk tot blindheid kan leiden.

Artikel uit VarenVaria nr.2 - 2006