home - vereniging - VarenVaria archief
 Een bezoek aan Fachgruppe Farne     
Tekst en fotografie: Fons Slot

In de laatste VarenVaria heb ik met belangstelling kennisgenomen van de uitnodiging van de Duitse Fachgruppe Farne om als lid van de Nederlandse Varenvereniging deel te kunnen nemen aan een 3-daagse activiteiten bijeenkomst met als thema Varens. Dat stond gepland op 5, 6 en 7 september 2008.

Mijn vrouw en ik vertrokken op 5 september behoorlijk vroeg van huis en met een geschatte reisafstand van toch tegen de 400 km, komend uit de Randstad, wilde ik geen risico nemen daar te laat aan te komen.

Om onze vereniging in Duitsland een beetje meer op de kaart te krijgen had ik bedacht een kleine verzameling van bijzondere varens mee te nemen voor de weggeef. Echter het bezoeken van tuinen met mogelijk meer dan 4 á 500 soorten zag ik als een uitdaging om dát mee te brengen waar varenvrienden daar mogelijk naar op zoek waren.

Op Rosi Möllers site gekeken. Snel zag ik dat ik nog wel met wat interessants kon aankomen. Op de achterbank gingen mee: Dryopteris labordei, Dryopteris x separabilis, Culcita dubia (dank Johan Eek voor determinatie), Gymnopteris vestita en Deparia japonica.
 

Vrijdag 5 september 2008
De reis verliep voorspoedig en even voor twee uur reden we de straat in waar de Varentuin van Rosi Möller zich moest bevinden.

We werden snel gespot door Sabine Nittritz en haar man. Kennisgemaakt en we werden aansluitend aan Rosi Möller voorgesteld. Zo kan het toch anders uitpakken: de Dryopteris labordei die ik voor haar had bestemd, bleek ze net de week ervoor te hebben verkregen, geen nood, maar ook in Deparia japonica bleek ze al voorzien. De derde poging, Culcita, gaf bij haar enige aarzeling en vraagtekens, ’Is het wel de echte?’ Rosi bleek al een paar maal een ’Falsche bekommen zu haben’. Nou gelukkig, ik kon haar blij maken, ik had niet alleen de echte maar ook een flink exemplaar aan te bieden.
 
In de varentuin van Rosi Möller was het goed toeven. De collectie varens was indrukwekkend en zorgde ervoor dat bezoekers goed met elkaar in gesprek kwamen

Haar tuin had een grootte van ongeveer 450 m2 gesitueerd rondom een vrijstaand huis, waar haar verzameling van zo’n 450 varens stond gerangschikt. Van elke van de 450 varensoorten was één exemplaar aangeplant, maar netjes gerangschikt en door de juiste groeiomstandigheden omgeven. In de tuin waren veel niveauverschillen aangebracht. Daarnaast gebruikmakend van veel steenachtige- en houten materialen, schaduw, zon, water, kalk, muur, pot, kas. Je kon het zo gek niet bedenken of er was wel een geschikte plek gecreëerd voor wat voor varensoort dan ook.
 
Een aangename verrassing om ons varenlid mijnheer Hijkoop daar tegen te komen. Op doorreis naar Frankrijk had hij gedacht toch even langs te gaan. We concludeerden beiden dat het een echte verzamelaarstuin betrof. Goed aangelegd, het viel ons op dat alle varens een enigszins gedrongen groeiwijze vertoonden. Een strengere en langere winter kon daar debet aan zijn. We maakten kennis met Frau Barbara, Herr Ingo Carstesens, Herr Günther Meier en we konden heerlijk van gedachten wisselen over onze gezamenlijke hobby.
 
Ook had ik wat varenboeken meegenomen, de encyclopedie van Sue Olsen, van John Mickel het boek Ferns for American Gardens en het boek van Reginald Kaye. Er werd van de mogelijkheid gebruik gemaakt om ze uitgebreid in te zien.

In colonne naar het Hotel, inchecken en daarna werd een borrel geserveerd met aansluitend diner.
Ik zat aan tafel bij Rosi en haar vriendin om specifiek nog wat meer ervaringen te delen. Rosi maakte me er op attent dat niet alle aanwezigen echte varenverzamelaars waren, maar voor een deel bestond uit belangstellenden voor varens in de tuin uit andere Fachgruppen van de Staudenverrein. Dus een tweede Culcita dubia kon ik het beste maar geven aan Herr Rolf Thiemann. Zo was Sabine Nittritz blij met een Dryopteris labordei en haar man, die de oorspronkelijke en echte varenliefhebber bleek te zijn een Dryopteris x separabilis.

Als dank kon ik een Polystichum uitkiezen. En Herr Reinhold Pitz veroverde de Gymnopteris vestita, waar hij erg blij mee was. De Deparia japonica ging tenslotte naar Herr Meier.

Van bollenbedrijf Nijssen uit Heemstede had ik nog wat bijzondere bolletjes meegenomen om hier en daar iemand blij mee te maken. Dat kostte dan ook geen moeite.

’s Avonds genoten we een dia ’beamer’ voorstelling welke door Rosi Möller werd gepresenteerd. De presentatie behandelde de ontwikkeling van varens door de eeuwen heen en de cyclus van spore tot plant.

Het waren veel indrukken die eerste dag.
 
De volgende ochtend vroeg eruit, ontbijten en op excursie naar het Lahntal. Dat alles begon met een heel indrukwekkende aanlooproute van zo’n 50 kilometer per auto door de prachtige streek aan de Lahn.

Aangekomen bij het Lahntal bleek het de bedoeling om allereerst aan een zoektocht naar een hybride varensoort deel te nemen. Vlakbij was een spoorbaan, op de helling langs het spoor stond veel Asplenium trichomanes enAsplenium septentrionale.
 

De kunst was wie het eerst een kruising tussen beiden zou ontdekken. Na een poos, jawel, één van de deelnemers ontdekte Asplenium x alternifolium.

Te voet verder naar en over een prachtig steeds smaller wordend pad. Dat leidde ons door een steil dal langs een watertje. Aan weerskanten volop Polystichum aculeatum, Dryopteris dilatata, Asplenium scolopendrium, Asplenium adiantum-nigrum, Asplenium trichomanes, Dryopteris affinis en Dryopteris filix-mas en Athyrium filixfemina. Hier in hun natuurlijke omgeving zouden we varens zien die zich of met een cristatum of met een undulatum vorm hadden ontwikkeld. Het ging om - gegabelte - Polystichum aculeatum en Asplenium scolopendrium ’Undulatum’. Dirk Wiederstein vertelde dat hij van deze twee soorten door ’Aussaat aus Sporen’ op zijn kwekerij planten te koop kan aanbieden.
 
In het middaguur gingen we in colonne naar een klein plaatsje in de buurt van Nassau. In een plaatselijke Weinstuben van Lahnweingut Haxel in Obernhof kon er geluncht worden. De daar geproduceerde wijn werd bij de lunch geschonken. Ik moet zeggen, voor het eerst heb ik eens een echt lekkere droge witte Duitse wijn geproefd en gedronken.

Op weg naar het Schweitzertal, opnieuw een wandeling over een bospad. Aan weerskanten veel varenbegroeiing. Eigenlijk vond ik deze wandeling een herhaling van hedenochtend op een andere plek. Polystichum aculeatum, Asplenium trichomanes, Asplenium scolopendrium, Dryopteris dilatata. Maar dan in afwezigheid van een cristatum of undulatum voorkomen.
 
In aanloop naar het Lahntal ontbraken de varens niet. Direct waren langs het beekje hadden zich meerdere varensoorten genesteld. Al vrij snel liep het pad omhoog en werd de kloof smaller en steiler. De hellingen stonden vol met Asplenium scolopendrium en Polistichum

Het was ondertussen drie uur geworden, tijd om op weg te gaan naar de Moederplantentuin van Dirk Wiederstein. De weg ernaartoe was schitterend! We reden langs steile hellingen langs de Rijn met mooie uitzichten over de omgeving, slingerden zo door velden en wegen.
 
In de Moederplanten tuin van Dirk waren alle varenplanten ondergebracht die voor sporenproductie dienden voor de kwekerij met als doel uiteindelijk verkoop.

Met trots showde Dirk zijn moederplantentuin, waarna we een bezoek brachten aan de kwekerij. De kwekerij van Dirk Wiederstein lag goed verstopt tussen de bebouwing van een industrieterrein. Het bezoek was ook hier meer dan de moeite waard en menigeen vertrok die middag dan ook niet zonder een paar varens (te hebben afgerekend)
 

Daarna vertrokken we naar de kwekerij in Bendorf. Het was een hele leuke ervaring om daar alle planten bestemd voor de verkoop gerangschikt te zien naar grootte en soort. Ze stonden verdeeld over drie grote kassen. We konden naar hartenlust winkelen. Ook aan dit bezoek kwam een einde. Nu pas kwam mij ter ore dat één van de Duitse deelnemers autopech had. Ik heb toen maar gelijk aangeboden mee terug te rijden naar het hotel.

’s Avonds werd het diner genuttigd in een tot restaurant omgebouwd Bahnhof ofwel stationnetje. Het bleek een mooie ambiance met goed eten en opnieuw plezierig gezelschap.
 

Het bleek meneer Thiemann te zijn die autopech had. En de volgende dag zou door een afgeslankt gezelschap zijn tuin in Altena bezocht worden. Nu was het eerst zaak zijn auto weer aan de praat te krijgen. Het vermoeden bestond dat de motor na een nacht afkoelen weer aan zou slaan. De volgende dag heb ik hem teruggereden naar het Schweitzertal, de plek waar de vorige dag zijn auto niet meer wilde starten. Gelukkig sloeg de motor aan, hij kon vertrekken en let wel, de tuin van Herr Thiemann lag zo’n 200 kilometer noordelijker in de omgeving van Dortmund. Het werd een ongelooflijke ervaring.

Het bezoek aan de tuin van Rolf Thiemann spande de kroon. Rolf bleek niet alleen een zeer groot varenliefhebber te zijn. Hij heeft een enorm grote en gevarieerde collectie varens ondergebracht in z’n tuin. Zijn varenhobby spitst zich toe op het kruisen van Polystichum soorten en het houden van een grote collectie rotsvarens


Herr Thiemann bleek niet zo maar een gewone varenliefhebber. In huis, in de tuin, overal stonden bakjes met varensporen en kweeksels. Zijn liefhebberij bestond uit het kunstmatig hybridiseren van varensoorten die ook in hun natuurlijk omgeving tot hybridenvorming kwamen. Het is ongelooflijk wat deze man allemaal uithaalt en voor elkaar weet te krijgen. Het is me duidelijk geworden dat dit alleen maar kans van slagen heeft door zeer zorgvuldig te werk te gaan en een zeer zorgvuldige administratie bij te houden én van jaar tot jaar de ontwikkelingen in de kweekbakjes bij te houden. Te denken valt dan aan Polystichum acrostichoides x braunii of Polystichum aculeatum x lonchitis wat meer bekend, maar ook Polystichum acrostichoides x minutum. Enz. enz. Een monnikenwerk…. hij had er zichtbaar veel plezier in!

Ik heb hem op een gegeven moment dan ook de titel ’varengod’ toebedeeld.

De band die gedurende de afgelopen dagen met verschillende leden van de Duitse Fachgruppen Farnen is ontstaan, geef ik van harte door aan ons bestuur.

 

Artikel uit VarenVaria nr. 2 - 2008